- de auto (-'s) n. car
- beginnen (begon, begonnen, begonnen) v. to begin, to start
- begrijpen (begreep, begrepen, begrepen) v. to understand
- blauw adj. blue
- het boek (-en) n. book
- de boot (boten) n. boat
- de broeder (-s) n. brother
- dansen (danste, dansten, gedanst) v. to dance
- de deur (-en) n. door
- dichtdoen (deed dicht, deden dicht, dichtgedaan) v. to close, to shut
- dik adj. thick, fat
- de dochter (-s) n. daughter
- drinken (dronk, dronken, gedronken) v. to drink
- droevig adj. sad
- dun adj. thin
- eindigen (eindigde, eindigden, geëindigd) v. to end, to finish
- eten (at, aten, gegeten) v. to eat
- de fiets (-en) n. bicycle, bike
- geel adj. yellow
- gelukkig adj. happy; fortunate, lucky
- gemakkelijk adj. easy
- geven (gaf, gaven, gegeven) v. to give
- goed adj. good
- groen adj. green
- groot adj. large, big
- haten (haatte, haatten, gehaat) v. to hate
- heet adj. hot
- de hemel (-s) n. sky; heaven
- de hond (-en) n. dog
- horen (hoorde, hoorden, gehoord) v. to hear
- het huis (huizen) n. house
- de kat (-ten) n. cat
- kijken (keek, keken, gekeken) v. to look
- klein adj. small, little
- kort adj. short
- koud adj. cold
- lang adj. long
|
- langzaam adj. slow
- leven (leefde, leefden, geleefd) v. to live
- lezen (las, lazen, gelezen) v. to read
- luisteren (luisterde, luisterden, geluisterd) v. to listen
- de maan (manen) n. moon
- de moeder (-s) n. mother
- moeilijk adj. difficult
- nemen (nam, namen, genomen) v. to take
- openen (opende, openden, geopend) v. to open
- het papier (-en) n. paper
- de pen (-nen) n. pen
- het potlood (potloden) n. pencil
- het raam (ramen) n. window
- de rivier (-en) n. river
- rood adj. red
- de school (scholen) n. school
- schrijven (schreef, schreven, geschreven) v. to write
- slecht adj. bad
- snel adj. fast, quick
- spelen (speelde, speelden, gespeeld) v. to play
- spreken (sprak, spraken, gesproken) v. to speak
- sterven (stierf, stierf, gestorven) v. to die
- de stoel (-en) n. chair
- de tafel (-s) n. table
- de trap (-pen) n. stair(s), staircase
- de trein (-en) n. train
- de vader (-s) n. father
- het vliegtuig (-en) n. (aero)plane
- werken (werkte, werkten, gewerkt) v. to work
- wit adj. white
- de zee (-ën) n. sea
- zien (zag, zagen, gezien) v. to see
- zingen (zong, zongen, gezongen) v. to sing
- de zon (-nen) n. sun
- de zoon (zonen) n. son
- de zuster (-s) n. sister
- zwart adj. black
|